Hoe kun je in JIRA permissies instellen voor specifieke projecten en users?

JIRA is een handige tool. Maar als je wel eens geprobeerd hebt om de rechten aan te passen, zodat elke gebruiker alleen toegang heeft tot datgene wat hij nodig heeft, dan weet je dat een ingewikkelde klus is. JIRA kent gebruikers, groepen, rollen, permissies, permissie-schema’s en projecten en alles is op de een of andere manier aan elkaar gekoppeld. Tijd om dit eens even overzichtelijk op een rijtje te zetten.

Het rechtensysteem kan het beste worden uitgelegd aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Dus stel dat we een stagiair hebben die we beperkte rechten willen geven tot enkele specifieke projecten, hoe pakken we dat dan aan?

Ik ga er hierna vanuit dat je Administratorrechten hebt in JIRA. In mijn voorbeeld gebruik ik een zelf gehoste JIRA installatie (versie 7.0.10).

Een rol aanmaken

Allereerst kijken we bij Administration onder System -> Security -> Project roles. Standaard komt JIRA met een aantal voorgedefinieerde rollen, zoals Administrators, BulkCloners, Developers en Users. Dit zijn de standaardrollen waaraan je straks per project een gebruiker of groep kan toevoegen. Wat ze dan precies wel en niet kunnen, daar kom ik verderop op terug.

We gaan eerst een rol aanmaken genaamd Stagiaires (of Interns als je het Engels wilt houden), zodat we hier straks specifieke gebruikers aan toe kunnen voegen per project. Vul onderaan de Name en Description in en klik op Add Project Role.

Hetzelfde zou je ook kunnen doen voor bijvoorbeeld freelancers die in je organisatie tijdelijk meehelpen, stagedocenten van onderwijsinstellingen die willen meekijken of zelfs klanten.

Het permission scheme configureren

Met alleen de rol Stagiaires zijn we er nog niet. We moeten nog definiëren wat een Stagiair wel en niet mag doen. Daarvoor moeten we in de Administration zijn bij Issues -> Permission schemes (helemaal onderaan).

In de meeste gevallen heb je hier slechts één Permission Scheme en dat is het Default Permission Scheme. Dit schema is gekoppeld aan alle projecten die je hier ziet staan en hierin wordt bepaald wat welke rol mag doen. Klik naast de lijst met projecten op de link Permissions om het schema te wijzigen.

Hier zie je een lijst met alle permissies die er zijn binnen een project. Een voorbeeld van de permissies die je een stagiair zou kunnen geven:

  • Browse Projects; om dit specifieke project en zijn issues te kunnen bekijken
  • View Development Tools; om gekoppelde commits te kunnen bekijken
  • Assignable user; zodat de Stagiair taken toebedeeld kan krijgen binnen het project
  • Create / Edit / Move / Resolve / Close issues; zodat de Stagiair taken kan aanmaken, bewerken, verplaatsen, oplossen en sluiten binnen het project
  • Transition Issues; zodat de Stagiair de taak door de ingestelde workflow kan bewegen
  • Add / Edit Own / Delete Own comments
  • Create / Delete Own Attachments
  • Edit Own Worklogs
  • Work On Issues; zodat de Stagiair tijd kan registreren op een taak

Voor de duidelijkheid: deze permissies gelden straks alleen binnen het project waarin je een user de specifieke rol van Stagiair geeft. 

Om een permissie toe te wijzen aan de rol van Stagiair, klik je achter de permissie op Add (bij Operations). In de selectielijst zie je nu de geselecteerde permissie actief staan. Klik op Project Role en kies voor Stagiair. Herhaal dit voor alle permissies die je wilt toekennen aan de stagiair.

De rol Stagiair toekennen aan projecten en gebruikers

Nu de permissies goed staan ingesteld, is het tijd om de rol van Stagiair te koppelen aan de projecten waarvoor deze permissies mogen gelden en om op te geven welke user(s) dat is/zijn. Hiervoor ga je naar het project en klik je op Project Administration (het tandwieltje linksonderin). Controleer hier voor de zekerheid of dit project gekoppeld is aan het juiste permission scheme. Zoals ik al schreef is dat in de meeste gevallen gewoon het Default Permission Scheme. Daarin hebben we namelijk de permissies geconfigureerd.

Klik vervolgens in het linkermenu op Users and Roles. Hier zie je de verschillende rollen die het project heeft en per rol staat aangegeven welke user of group deze rol heeft. Om een gebruiker toe te voegen aan de rol van Stagiair voor dit project, klik je rechtsboven op Add users to a role. Type de gebruikersnaam in en selecteer de rol Stagiair. Gefeliciteerd, je hebt een gebruiker met beperkte rechten toegevoegd aan één specifiek project. Herhaal deze stappen voor alle projecten waar je deze gebruiker in de rol van Stagiair wilt laten fungeren.

Maar..Hoe zit het dan met groepen?

Groepen zijn in JIRA niets anders dan een soort container waarin meerdere gebruikers kunnen zitten. Je gebruikt groepen alleen als je de gebruikers in deze groep exact dezelfde rechten wilt geven voor exact dezelfde projecten. Stel dat dat het geval is, dan voeg je deze drie stagiaires eerst een voor een toe aan een groep jira-stagiaires (eerst wel even aanmaken). Vervolgens kun je zoals hierboven uitgelegd per project de rol van Stagiair toekennen, alleen doe je dat dan voor de groep jira-stagiaires in plaats van voor individuele gebruikers.

 

 

 

 

 

 

 

Tussentijds akkoord krijgen van de klant in een project

Een tussentijds akkoord krijgen van de klant in een online project is net zo belangrijk als dat het lastig is. De makers van Basecamp hebben hier een handig hulpmiddel voor ontwikkeld, maar dat is maar een deel van de oplossing. Hoe kun je dit nu het beste voor elkaar krijgen?

Iedereen in de zakelijke dienstverlening die in teams samenwerkt aan projecten heeft waarschijnlijk wel eens van Basecamp gehoord. Dit is een online applicatie waarmee onder andere taken, teamleden, communicatie en bestanden rond een project beheerd kunnen worden.

In hun nieuwste update hebben ze een handige nieuwe feature uitgerold: via Basecamp kan de klant om een akkoord gevraagd worden op een voorstel. Dit voorstel kan van alles zijn: een logo-ontwerp, een schets van een user interface, een grafisch ontwerp voor een website of een deel van een webapplicatie. Basecamp slaat het antwoord van de klant (ja of nee met toelichting) automatisch op in Basecamp, zodat ieder teamlid dit kan zien.

Het mooie hieraan is dat deze communicatie direct geïntegreerd is in Basecamp en dus niet meer handmatig uit bijvoorbeeld een e-mail gehaald hoeft te worden. Het vereenvoudigt het krijgen van een akkoord op een voorstel en maakt het voor beide partijen duidelijker wat er ook alweer eerder is afgesproken. In Basecamp kan de klant namelijk zelf ook inloggen en hij krijgt dan alleen de informatie te zien die voor hem bedoeld is.

Zo’n e-mail waarin gevraagd wordt om een akkoord kan er als volgt uitzien:

Voorbeeld van Basecamp e-mail voor het akkoord krijgen van een klant

Voorbeeld van een Basecamp e-mail voor het akkoord krijgen van een klant

Het handige hieraan is ook dat de klant meteen op de knop kan klikken om antwoord te geven zonder dat hij hoeft in te loggen. Ik vind het ook goed dat er meteen een deadline bij wordt gemeld, zodat de klant weet wanneer er uiterlijk antwoord wordt verwacht. Een te laat antwoord kan namelijk de vaart uit het project halen. Dit probeer ik zelf ook altijd toe passen in mijn communicatie.

Tussentijds akkoord krijgen van de klant is cruciaal

Het tussentijds akkoord krijgen is erg belangrijk in projecten, omdat de volgende stappen voortborduren op eerder genomen beslissingen. Dit is in een agile project niet anders dan in een meer traditioneel waterfall model. Als het punt bereikt is dat de klant akkoord is met een belangrijke milestone, dan is het belangrijk om dat ook formeel te bevestigen. Er later nog achter komen dat fundamentele beslissingen toch bijgesteld moeten worden, zal tijd en geld gaan kosten.

Duidelijkheid omtrent een echt akkoord van de klant is cruciaal

Een ‘ja, akkoord’ is wat anders dan ‘ziet er goed uit’ of ‘mooi’. Dat zijn namelijk reacties en deze kunnen nog steeds iets anders betekenen dan een akkoord. Je wil niet de fout maken dat je verder werkt aan een project om er later achter te komen dat het toch heel anders moest. Of in een discussie terechtkomen als: ‘maar Pietje heeft ooit eens gezegd dat…’.

Tussentijds akkoord krijgen van de klant is lastig

Het klinkt allemaal heel logisch, maar in de praktijk is het niet altijd eenvoudig. Op het moment dat je een klant vraagt ergens akkoord op te geven, komt er ook een psychologisch aspect om de hoek kijken. De klant kan angst hebben om akkoord te geven op iets waar hij later spijt van krijgt. Wat als later blijkt dat het toch anders had gemoeten? Kunnen we het niet beter een beetje in het midden laten?

Hele begrijpelijke gedachten. Aan de projectleider is het dan ook de taak om duidelijk te maken dat het voor de voortgang nodig is dat er af en toe een paaltje in de grond wordt geslagen. Dat er altijd een weg terug is (alleen kost dat wel tijd en geld), maar dat de kans op een geslaagd project hiermee vele malen groter wordt. Vragen om een formeel akkoord is ook lastig, omdat je dit nu van nature nu eenmaal liever niet vraagt aan een klant. Het geeft het gesprek op dat moment opeens een andere lading.

Features die het proces vereenvoudigen zoals Basecamp kunnen daarom handig zijn, maar het menselijke aspect rond zo’n beslissing laat zich niet zo makkelijk automatiseren.

Credit screenshot: Basecamp

 

 

 

Zo kun je referral spam in Google Analytics blokkeren

spamDit artikel is bijgewerkt op 13 april 2017. Referral spam in Google Analytics is een groeiend blijvend probleem. Bezoek van nep-referrals vervuilt je statistieken en beïnvloedt diverse metrics. Ben je dit ook zat en wil je deze referral spam voor eens en voor altijd blokkeren en verwijderen uit Google Analytics. Lees dan verder hoe je een filter aanmaakt waarmee je alleen nog bezoek ziet dat je website ook daadwerkelijk heeft bezocht.

 

Het probleem van referral spam in Google Analytics

Referral spam is het verschijnen van ongewenste referrals in je rapport met verwijzend verkeer in Google Analytics. Op het eerste gezicht denk je mooi wat bezoekers te krijgen van verschillende websites. Je kan je niet herinneren dat je je website bij een van deze sites hebt aangemeld, maar elke link is welkom, niet waar? Helaas linken deze websites niet echt naar jouw website.. En die zogenaamde bezoekers die ze je naar je website sturen dan? Dat zijn spookbezoekers, oftewel geautomatiseerde aanroepen van jouw analyticscode, waardoor Google Analytics denkt dat er een bezoeker op de website is. Zo schoppen deze spammers jouw statistieken in de war.

Twee soorten: ghost referrals en crawlers

Deze spamtactieken zijn onder te verdelen in twee categorieën. De eerste categorie is de ghost referral. Dit zijn referrals van websites die in werkelijkheid jouw website nooit bezoeken. Bekende ghost referrals zijn darodar, ilovevitaly, priceg, blackhatworth, hulfingtonpost.com en cenoval. De tweede categorie spam is afkomstig van crawlers, zoals semalt, buttons-for-website en makemoneyonline. Zij bezoeken je website wél.

Het verschil tussen beide is te zien als in je rapport met verwijzingen de hostnaam toevoegt als secundaire dimensie. Ik deed dat bijvoorbeeld voor de website www.mijndomeinnaam.nl:

Voorbeelden van referral spam in Google Analytics die je wilt blokkeren

Hierbij vallen twee zaken op. Ten eerste zijn de ghost referrals nu te herkennen, omdat ze niet daadwerkelijk jouw website bezocht hebben. Daarom is hun hostnaam niet gelijk aan jouw domeinnaam. In dit voorbeeld worden bijvoorbeeld apple.com en co.lumb.co gebruikt om verschillende spam referrals te creëren. Ten tweede valt op dat enkele spam referrals wél de hostnaam van de website gebruiken. Zij hebben wel jouw website bezocht en dit zijn dan ook de crawlers. Nr. 8 is de enige geldige referral in dit overzicht.

Hoe blokkeer je referral spam van ghost referrals?

De beste manier om ghost referrals te voorkomen is het aanmaken van een opneemfilter (include filter) dat alleen verkeer naar de geldige hostnaam toestaat. De spammers veranderen namelijk constant hun eigen domeinnaam die je in analytics ziet, waardoor het ondoenlijk is om elke domeinnaam te gaan filteren.

Inventariseer eerst alle geldige hostnamen die in je analyticsaccount voorkomen. Selecteer bijvoorbeeld een periode van 1 jaar en kijk onder Doelgroep -> Technologie -> Netwerk en kies als primaire dimensie hostnaam. Naast je eigen domeinnaam kom je mogelijk nog andere hostnamen tegen, zoals translate.googleusercontent.com, web.archive.org, youtube.com of namen van payment service providers (psp’s) zoals Paypal. Dit zijn ook allemaal geldige hostnamen en het is aan jou om te beslissen of je deze ook wilt blijven toestaan (ik doe het wel).

Zorg er vervolgens voor dat je minstens één ongefilterde view in je property houdt. In een andere view maak je dan een custom include filter aan op hostnaam met als filterpatroon alle hostnamen die je wilt blijven toestaan, gescheiden door een pipe-teken (|). En aangezien dit een reguliere expressie is, moet je elke punt vooraf laten gaan door een backslash. Mijn filterexpressie ziet er bijvoorbeeld zo uit:

mijndomeinnaam\.nl|translate\.googleusercontent\.com|web\.archive\.org|youtube\.com

Hoe blokkeer je referral spam van crawlers?

Na bovenstaande resteren nog de crawlers. Gelukkig wisselen deze niet zo vaak van domeinnaam, waardoor we ze vrij effectief met filters kunnen blokkeren. Maak een custom exclude filter aan en filter op het veld campagnebron. Geef weer alle bekende domeinen van crawlers op, gescheiden door een pipe-teken. Bijvoorbeeld:

7makemoneyonline\.com|buttons-for-website\.com|semalt\.com

Helaas werken filters niet met terugwerkende kracht. Dus als je oudere data wilt filteren, zul je een segment moeten toepassen.

Gebruik geen verwijzingsuitsluitingen

Sommigen hebben geopperd om alle domeinnamen van spammers toe te voegen aan de lijst met verwijzingsuitsluitingen (Beheerder -> Trackinginfo -> Lijst met verwijzingsuitsluitingen). Dit is een absolute NO-GO! Dit verwijdert weliswaar de verwijzende site uit je lijst met verwijzingen, maar het verkeer van die site wordt omgezet naar direct verkeer en blijft dus aanwezig in je statistieken. Deze functie is bedoeld om third-party websites op te geven die bij jouw website horen, zoals websites van payment providers bij een e-commerce website.

Als je deze methodes gebruikt, zou het moeten lukken om alle referral spam vanaf nu uit je Analyticsaccount te weren.

 

Tower of Babel by Chris Murtagh

Online Marketing vs Internet Marketing vs Digital Marketing

Sinds de opkomst van internet zijn er binnen het vakgebied marketing nieuwe begrippen ontstaan om de activiteiten aan te geven die zich specifiek richten op online. Zo wordt er gesproken over internet marketing, online marketing, e-marketing of digital marketing. Allemaal termen waarmee doorgaans hetzelfde bedoeld wordt (al houden sommigen er ook nog hun eigen definities op na). Hierdoor kan verwarring ontstaan over de betekenis. Is er dan niet een term die de voorkeur geniet? Ik ben eens gaan kijken of er een bovenuit steekt qua gebruik.

Online marketing zoekgedrag in de UK en US

Na wat googlen kwam ik er al gauw achter dat het gebruik van deze termen per land verschilt. Ik stuitte op een blog van Dave Chaffey uit de UK die dezelfde vraag uiteenzette in een artikel. Hij heeft door de jaren heen drie boeken geschreven over online marketing. De eerste versie noemde hij nog Internet Marketing. De opvolger kreeg als titel Emarketing, waarna dit boek in 2012 werd hernoemd naar Digital Marketing. Deze naamgeving reflecteert volgens hem ook het zoekgedrag in de UK, dat we met Google Trends inzichtelijk kunnen maken. Ik heb daar zelf nog Online Marketing aan toegevoegd.

Zijn keuze voor de boektitels is hiermee deels te begrijpen. In 2004 was Internet Marketing de meest gezochte term, maar Emarketing heeft nooit dezelfde populariteit behaald. Online Marketing zou een meer voor de hand liggende keuze zijn geweest voor het tweede boek. Daarna is goed ingespeeld op de stijgende populariteit van Digital Marketing.

Dan de zoektrends in de US volgens Google Trends:

Zoals verwacht vertonen de zoektrends hier wel wat gelijkenis met de UK. Ook hier is Internet Marketing in het begin de populairste term. Online marketing volgt op de voet en neemt halverwege 2012 definitief een voorsprong. Beide zijn echter dit jaar voorbij gestreefd door het gestaag oprukkende Digital Marketing. Emarketing speelt ook hier geen rol van betekenis. In de belangrijkste Engelstalige landen is Digital Marketing als begrip dus de koploper qua zoekgedrag van dit moment.

In Nederland zoeken we op online marketing

Hoe zit het dan in Nederland? Als het gaat om digital marketing heeft de Nederlander een duidelijke voorkeur voor de Engelse term. Op digitale marketing wordt in verhouding weinig gezocht. In het Nederlands is het ook eigenlijk internetmarketing, maar we zoeken liever “op z’n Engels” naar internet marketing. Online marketing valt gelukkig niet anders te schrijven. En omdat Wikipedia ook nog e-marketing noemt als synoniem, nemen we die ook meteen mee in dit niet-wetenschappelijke onderzoek. Dat levert het volgende plaatje op:

E-marketing is ook in Nederland geen woord dat de servers van Google doet roken. De interesse in Digital Marketing is wel voorzichtig aan het toenemen. Dat zou over een paar maanden wel eens meer kunnen zijn dan de interesse in internet marketing. Niet zo gek als je bedenkt dat de ontwikkelingen in de US en UK doorgaans een goede voorspeller zijn van online ontwikkelingen in Nederland.

Maar de absolute koploper qua zoekgedrag is online marketing, Zelfs met toenemende interesse in digital marketing lijkt het voorlopig ondenkbaar dat online marketing niet de populairste term blijft.

Namen van online marketing opleidingen

Ok, er wordt dus vooral gezocht op online marketing in Nederland. Maar welke naam geven enkele bekende opleidingsinstituten in Nederland eigenlijk aan de opleiding online / digital / internet marketing? Is er wel consensus over de naamgeving van deze opleidingen?

Nyenrode biedt een opleiding Online Marketing Strategie. Beeckestijn gebruikt voor de zekerheid twee begrippen door elkaar in haar opleiding Digital & Online Marketing. Wil je een thuisstudie volgen? Bij de LOI volg je Online Marketing; bij de NCOI volg je Internetmarketing. Bij de NIMA kun je dan weer Online Marketeer worden (niveau A) of een opleiding eMarketing doen (niveau B). Opleidingsportaal Springest groepeert de opleidingen onder de noemer Online Marketing. En Storm Academy? Zij bieden de Digital Marketeer Leergang. Al met al lijkt er weinig consensus over de naam van de opleiding.

Namen van online marketing vacatures

Hoe wordt er dan nieuw personeel gewerfd? Zoeken bedrijven een online marketeer, een internet marketeer of toch een digital marketeer?

Bij Monsterboard is de score duidelijk. Er zijn 132 vacatures voor online marketeer tegen 14 vacatures voor internet marketeer en 0 voor digital marketeer. Ook in de vacaturebanken van Marketingfacts en Frankwatching worden er vooral online marketeers gevraagd.

Online marketingdiensten bij de grotere Nederlandse bureaus

Tot slot heb ik nog gekeken naar hoe dit vakgebied genoemd wordt bij de grotere bureaus in Nederland.

Bureau Naam van de dienstverlening
StormMC Digital marketing
Traffic Builders Online marketing
Maxlead Online marketing
Netsociety / iProspect Online marketing
Onetomarket Online marketing
Oogst Online marketing
OrangeValley Online marketing
SearchResult Online marketing
Traffic4u Online marketing
Tribal Internet Marketing Internet Marketing

Bron: Emerce top 100 beste bedrijven e-business 2014

Een duidelijke uitslag. Tribal en StormMC zijn hier de enige uitzonderingen.

Conclusie

Het zou maar zo kunnen zijn dat StormMC en Beeckestijn alvast een voorschot nemen op de toekomst door het begrip Digital Marketing te adopteren. Ook als je in een internationaal gerichte organisatie wilt werken of als je veel Engelse woorden in je zinnen gebruikt, dan is digital marketing de term voor jou.

Ondanks alle verschillende termen die er in gebruik zijn, heeft Nederland toch een voorkeur voor online marketing. Daar wordt het meest op gezocht en zo noemen de grote bureaus doorgaans hun dienstverlening. Ook personeel wordt voornamelijk gewerfd met de functienaam online marketeer in de vacature.

De term internet marketing is duidelijk op zijn retour. En net als in de UK en US is de term e-marketing ook in Nederland het lachertje. Tijd om deze uit de encyclopedie te schrappen. Dan houden we er nog 3 over. Misschien is de dooddoener ‘het is allemaal gewoon marketing’ toch nog niet zo gek?

Credit afbeelding: Chris Murtagh